Plan van aanpak kaderopleidingen 2009-2012
Inleiding
Een van de kerntaken van de KNSB is het opleiden van kader dat kan worden ingezet bij de verenigingen en regionale bonden.
We kunnen de kaderopleidingen onderscheiden in twee groepen:
• De schaakdidactische opleidingen
• De arbiteropleidingen
Omdat deze twee groepen slechts een beperkt raakvlak met elkaar hebben worden ze hieronder afzonderlijk behandeld.
Financiën:
Het plan zal binnen de huidige financiële kaders worden uitgevoerd.
Schaakdidactische opleidingen
Cursusaanbod
Het huidige aanbod aan didactische opleidingen bestaat uit
• Schaaktrainer Stap 1/Jeugdschaakleider: leren lesgeven/trainen in Stap 1
• Schaaktrainer 2 (was Schaaktrainer A): leren lesgeven/trainen in Stap 1-3
• Schaaktrainer 3 (was Schaaktrainer B): leren lesgeven/trainen in Stap 4-5 en landelijke/regionale subtop.
• Schaaktrainer 4 (in ontwikkeling): leren trainen regionale en landelijke topjeugd
Een uitvoerige beschrijving van deze opleidingen is te vinden op de website van de KNSB. Daar staan ook de leerdoelen beschreven.
Daarnaast worden er bijscholingsbijeenkomsten voor de verschillende categorieën georganiseerd.
Schaaktrainer Stap 1 leidt vooral mensen op die aan de slag gaan op scholen en verenigingen. Deze trainers zijn nodig om kinderen de eerste beginselen van het schaakspel bij te brengen.
Schaaktrainer 2 leidt mensen op die aan de slag gaan op verenigingen en soms ook op scholen. Deze trainers geven les aan de grote massa van de jeugd. Iedere vereniging die jeugd wil hebben en behouden heeft trainers in deze categorie nodig.
Schaaktrainer 3 leidt mensen op die aan de slag gaan bij de sterkste jeugd van de verenigingen en de regionale en servicepunttrainingen. Deze trainers zijn nodig om een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod te leveren voor de sterkere jeugd.
Schaaktrainer 4 leidt mensen op die aan de slag gaan met de topjeugd. Behalve als trainer worden deze mensen ook vaak ingezet als begeleider bij toernooien en uitzendingen.
Probleemstelling
In de periode 2002 - 2006 werden per jaar tussen de 80 en 120 Schaaktrainers Stap1 en Schaaktrainers 2 opgeleid. In de jaren 2007 en 2008 is dit aantal grofweg gehalveerd. Omdat deze schaaktrainers aan de basis staan van de schaakvereniging is dit een zorgelijke situatie.
Schaaktrainers op dit niveau gaan beperkte tijd mee. Daarom is een doorlopende aanvulling van het trainersbestand gewenst. Onderzocht zal worden hoeveel jaar een trainer op een vereniging actief is. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt om vast te leggen hoeveel trainers per jaar vervangen moeten worden.
De KNSB zal ook in de komende periode veel energie steken in het schoolschaakproject SpeelZ. Voor de uitvoering van dit project zijn veel extra trainers nodig die op het niveau Stap 1 aan de slag gaan.
Om de bovengenoemde problemen te verhelpen zullen in de jaren 2009-2012 per jaar voldoende trainers op het niveau Schaaktrainer Stap 1 en Schaaktrainer 2 worden opgeleid. Uitgangspunt is het opleiden van tachtig nieuwe trainers per jaar. Dit aantal is gebaseerd op ervaringen van de afgelopen jaren.
Het aantal op te leiden trainers wordt aangepast wanneer de resultaten van bovengenoemd onderzoek daar aanleiding toe geven. Extra aandacht wordt geschonken aan de regio’s die in de afgelopen jaren bij de organisatie van opleidingen zijn achtergebleven.
De opleiding Schaaktrainer 3 wordt om de paar jaar centraal gegeven (idealiter om de twee jaar). De opleiding Schaaktrainer 4 is in zuivere vorm nooit gegeven, wel in versnelde vorm. Een vermindering van het aantal nieuwe trainers 1 en 2 zal op termijn ook tot vermindering van nieuwe trainers 3 en 4 zal leiden.
Het lukt op dit moment niet om voldoende gekwalificeerde trainers te vinden voor de trainingen in de servicepunten en de landelijke trainingen. Bovendien is ook op dit niveau sprake van verloop in het trainersbestand. Daarom is een constante aangroei van nieuwe trainers nodig om gedurende langere tijd een goed aanbod te leveren. Onderzocht zal worden hoe groot de concrete behoefte aan Schaaktrainers 3 en 4 is.
In de periode 2009 - 2012 zullen voldoende trainers worden opgeleid om het tekort aan te vullen. De concrete doelstelling wordt hieronder omschreven.
Samenstelling aanbod
Regelmatig wordt gevraagd naar andere, kortere opleidingen op de niveaus Stap 1 tot 3. We zullen onderzoeken in hoeverre deze behoefte reëel is. Deelnemers aan een korte didactische cursus zouden vooral ingezet kunnen worden op scholen en bij de beginners op de vereniging.
Bijscholingsbijeenkomsten voor schaaktrainers trekken een flinke belangstelling. Deze bijeenkomsten hebbende volgende functie:
• De deelnemers doen nieuwe kennis op
• De deelnemers kunnen onderling ervaringen uitwisselen
• De deelnemers worden gestimuleerd
Samenvattend: de deelnemers worden gestimuleerd om met hun trainerswerk door te gaan. De bijscholingsbijeenkomsten zullen opnieuw prominent op de agenda geplaatst worden.
Doelgroepen
Mensen die reeds als beginnend trainer actief zijn op de vereniging vormen de grootste groep deelnemers aan de schaakdidactische cursussen. Binnen deze groep en ook daarnaast kan een aantal potentiële doelgroepen worden onderscheiden:
Jongeren van 15 tot 20 jaar
Deze groep is geschikt om als trainer voor de jongere jeugd op te treden. Ze zijn zelf opgegroeid met de stappenmethode en het leeftijdsverschil met de kinderen die les krijgen is niet groot. Een nevenaffect is dat deze groep voor het schaken en de vereniging behouden blijft door hen een taak te geven. Deze groep kan zowel op de vereniging als op school (buitenschoolse opvang) worden ingezet.
Ouders van schakende kinderen
Ouders zijn vaak betrokken bij de activiteiten van hun kind en soms ook bij de vereniging. Omdat ouders vaak in de buurt blijven wachten tijdens de jeugdactiviteiten zijn ze beschikbaar. Ouders met een geringe schaakkennis kunnen na een opleiding goed ingeschakeld worden om les te geven op niveau 1. Dit ontlast de vaste clubtrainers, die zodoende meer aandacht kunnen besteden aan de oudere en vaak sterkere jeugd.
PABO studenten
PABO studenten met enige schaakkennis vormen een interessante doelgroep. Deze groep beschikt al over didactische kennis; het gaat er vooral om de schaakkennis en kennis van het werken met de stappenmethode te vergroten. Deze groep kan vooral worden ingezet op scholen. Onderzocht wordt hoe deze groep kan worden bereikt en welk aanbod aan deze groep zal worden gedaan.
Waar willen we in 2012 staan?
De KNSB wil bereiken dat in 2012
• Voldoende trainers zijn opgeleid om in de vervanging van gestopte trainers op de niveaus Schaaktrainer Stap 1 en Schaaktrainer 2 te voorzien
• Voldoende trainers zijn opgeleid om in de extra behoefte aan trainers op niveau Stap 1 (die o.a. kunnen worden ingezet voor SpeelZ) te voorzien.
• Actieve trainers worden gemotiveerd hun activiteiten voort te zetten.
• Voldoende trainers zijn opgeleid om de trainingen in de servicepunten en de landelijke trainingen en internationale uitzendingen te bemannen. Dit betreft Schaaktrainers 3 en 4.
Onderzocht wordt hoeveel trainers vervangen moeten worden en hoeveel extra trainers op de verschillende niveaus nodig zijn. Ook word onderzocht hoe bestaande trainers binnen de organisatie gehouden kunnen worden.Hieronder geven we een schatting van de benodigde activiteiten gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Indien de behoefte groter blijkt te zijn zullen er meer trainers worden opgeleid.
Schaaktrainer Stap 1 en Schaaktrainer 2
Jaarlijks 40 nieuwe Schaaktrainers Stap 1 en 40 nieuwe Schaaktrainers 2 opleiden.
Daarnaast moeten jaarlijks minimaal 25 mensen worden opgeleid die een verkorte basisopleiding hebben gevolgd. Denk daarbij aan de workshop ‘lesgeven met de stappenmethode’ en speciale programma’s voor PABO-studenten.
Per servicepunt moet jaarlijks minimaal één bijscholingsbijeenkomst worden georganiseerd om actieve trainers te motiveren en behouden.
Schaaktrainer 3
Per twee jaar moeten 15 Schaaktrainers 3 worden opgeleid.
Schaaktrainer 4
Per vier jaar moeten 8 Schaaktrainers worden opgeleid.
Acties
Om de bovengenoemde doelstellingen te bereiken worden de onderstaande acties uitgevoerd. Deze acties kunnen worden onderscheiden in de volgende categorieën:
• Onderzoek
• Propaganda en werving
• Organisatie activiteiten
• Werving en (bij)scholing docenten
Een overzicht van de acties is ook te vinden in bijlage 1.
Onderzoek
De volgende onderzoeken worden gedaan:
Rendement
Wat hebben cursisten uit het verleden met hun opleiding gedaan? Hoe lang gaat een trainer mee? Dit is relevant om de vervangingsvraag te meten.
Periode: april – juni 2009.
Schaaktrainer 3 en 4
Hoe groot is de behoefte aan Schaaktrainers 3 en 4.
Periode: april – juni 2009
Nieuwe cursussen
Is er behoefte aan nieuwe (korte) opleidingen en zo ja welke? Dit is relevant om te kijken of het huidige aanbod bij de vraag aansluit.
Periode: april - juni 2009.
PABO studenten
Hoe bereik je PABO studenten die kunnen schaken? Welke aanbod moet je maken voor PABO studenten? Wie kunnen de modules op de PABO’s geven? Er wordt een werkgroep samengesteld die een plan van aanpak gaat maken.
Periode: september - december 2009.
Propaganda en werving
De volgende propaganda- en wervingsactiviteiten worden uitgevoerd:
Cursusinformatie
Korte (digitale) flyers voor verenigingen maken met cursusinformatie. Papieren flyers worden verspreid via toernooien en regionale bijeenkomsten. Digitale flyers worden verspreid via een mailing naar de verenigingen.
Periode: april – juni 2009.
Servicepunten
Servicepuntmedewerkers inschakelen voor inventarisatie cursusbehoefte. Jaarlijkse actie. Nadruk op de regio’s die bij bepaalde opleidingen achterblijven.
Periode: jaarlijks april – juni.
Jeugd
Benaderen verenigingen met veel jeugd uit de doelgroep.
Periode: jaarlijks mei – juni, september.
Ouders
Ouders benaderen met informatie over wat zij kunnen doen. Waar kan deze groep worden bereikt? Welke vorm? Denk aan flyer en korte workshops.
Periode: jaarlijks tijdens bijeenkomsten waar ouders aanwezig zijn (schoolschaaktoernooien, landelijke jeugdkampioenschappen, grotendeels in voorjaar). Beginnen in augustus 2009 bij Eurochess toernooi Enschede.
Website
Actiever gebruik onderdeel opleidingen op website.
Periode: doorlopend
Nieuwspagina bij opleidingen maken.
Periode: reeds uitgevoerd.
Schaakmagazine
In augustusnummer thematische aandacht voor kadervorming.
Periode: jaarlijks zomer.
Diversen
Mailing naar de verenigingen (digitaal).
Periode: jaarlijks januari, augustus. Vanaf augustus 2009.
Organisatie
Schaaktrainer Stap 1
Organiseren van vier a vijf cursussen Schaaktrainer Stap 1. Waar mogelijk op basis van concrete vraag. Eventueel na overleg met servicepunt aanbodgestuurd. In dat geval moet de cursus ruim van te voren worden gepland.
Periode: jaarlijks doorlopend. Planning aanbodgestuurde opleidingen in het late voorjaar en najaar.
Verkorte opleiding niveau Stap 1
Organisatie van minimaal twee verkorte opleidingen niveau Stap 1.
Periode: jaarlijks doorlopend.
Schaaktrainer 2
Organiseren van vier a vijf cursussen Schaaktrainer 2. Waar mogelijk op basis van concrete vraag. Eventueel na overleg met servicepunt aanbodgestuurd. In dat geval moet de cursus ruim van te voren worden gepland. Jaarlijks.
Periode: jaarlijks doorlopend. Planning aanbodgestuurde opleidingen in het late voorjaar en najaar.
Schaaktrainer 3
Organiseren van cursus eens per twee jaar: 2010, 2012 enzovoort. Cursus wordt centraal georganiseerd (tenzij er sprake is van concrete grote vraag uit een regio) en ruim van te voren aangekondigd.
Periode: werving voorjaar 2010, 2012, uitvoering najaar 2010 en 2012.
Schaaktrainer 4
Ontwikkelen en organiseren van een cursus Schaaktrainer 4 in 2009.
Periode: ontwikkeling en uitvoering 2009 doorlopend.
Volgende cursus in 2013.
Bijscholingsbijeenkomsten
Organiseren bijscholingsbijeenkomst Stap 1 en St2 in servicepunten.
Periode: jaarlijks in ieder servicepunt.
PABO-cursussen
Organiseren cursussen niveau Stap 1 om PABO’s.
Periode: jaarlijks vanaf najaar 2010.
Docenten
Op dit moment is het aantal docenten voldoende. De laatste jaren is het docentenbestand stabiel. Met het huidige docentenbestand kan uitbreiding van het aantal cursussen op problemen stuiten.
Acties:
Onderzoeken of docenten behoefte hebben aan bijscholing. Bij positief antwoord: organiseren van bijscholingsactiviteiten.
Periode: onderzoek april – juni 2009. Uitvoering: najaar 2009.
Onderzoek hoe nieuwe docenten kunnen worden geworven en opgeleid.
Periode: najaar 2009 – voorjaar 2010.
Arbiteropleidingen
Cursusaanbod
Het huidige aanbod aan arbiteropleidingen bestaat uit
• Scheidsrechter A: leiden van wedstrijden op verenigingsniveau en lager regionaal niveau
• Scheidsrechter B: leiden van KNSB Competitie en hogere regionale wedstrijden
• Scheidsrechter C: leiden van nationale wedstrijden en grote regionale toernooien
• Indelingsdeskundige A: organiseren van wedstrijden op clubniveau en lager regionaal niveau
• Indelingsdeskundige B: organiseren van wedstrijden op hoger regionaal niveau en landelijk niveau
• Nationaal Arbiter. Leiden van nationale wedstrijden. Deze titel wordt automatisch toegekend aan degenen die de diploma’s Scheidsrechter C en Indelingsdeskundige B bezitten.
Een uitgebreide beschrijving van de opleiding en de leerdoelen staat op de website van de KNSB.
Scheidsrechter A leidt mensen op die wedstrijden leiden op verenigingsniveau en lager regionaal niveau.
Scheidsrechter B leidt mensen op die wedstrijden in de KNSB Competitie en hogere regionale wedstrijden leiden. Deze opleiding bestaat uit vijf stages.
Scheidsrechter C leidt mensen op die nationale wedstrijden en grote regionale toernooien leiden.
Indelingsdeskundige A leidt mensen op die wedstrijden op clubniveau en lager regionaal niveau organiseren.
Indelingsdeskundige B leidt mensen op die wedstrijden op hoger regionaal niveau en landelijk niveau organiseren.
Naast de cursussen wordt eens in de twee jaar een scheidsrechtersdag georganiseerd. Op deze dag worden Scheidsrechters A, B en C bijgeschoold en worden eventuele wijzigingen in het FIDE-reglement behandeld.
Probleemstelling
Uit de regionale bonden komen regelmatig klachten over het niveau van de arbitrage bij de regionale competities. Dit betreft het niveau Scheidsrechter A.
In de KNSB-competitie is een tekort aan voldoende geschoolde arbiters op het niveau Scheidsrechter B of hoger. Om in dit probleem te voorzien moeten er jaarlijks vijf Scheidsrechters B bij komen. Onderzocht zal worden of dit probleem zich ook voordoet bij de toernooien waarbij deze scheidsrechters normaliter ook worden ingezet.
Onderzocht wordt hoe groot het probleem in de regionale bonden is. Het aantal Scheidsrechters A dat wordt opgeleid is afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek. Het doel is om tot een structurele verbetering van de situatie te komen.
De huidige Scheidsrechters A zijn in de afgelopen periode reeds benaderd om de opleiding tot Scheidsrechter B te volgen. Nieuw opgeleide Scheidsrechters A zullen actief worden benaderd om de opleiding tot Scheidsrechter B en hoger te volgen, zodat het tekort aan Scheidsrechters B in de KNSB-competitie en eventueel de toernooien kan worden weggewerkt.
In de jaren 2006 - 2007 is de belangstelling voor de opleiding Indelingsdeskundige A sterk afgenomen. Indelingsdeskundigen A zijn als organisator actief in de verenigingen en bij de kleinere toernooien. Deze terugloop heeft mogelijk te maken met de opkomst van de elektronische indelingsprogramma’s. Onderzocht wordt in hoeverre de teruglopende belangstelling tot problemen leidt. Afhankelijk van de uitkomst wordt bekeken of er maatregelen moeten worden genomen om de cursus Indelingsdeskundige A te stimuleren.
Indelingsdeskundigen B zijn actief bij de grotere regionale en landelijke toernooien. Onderzocht zal worden of het huidige aantal Indelingsdeskundigen B voldoende is of dat er behoefte is aan aanvulling. Afhankelijk van de uitkomst wordt bekeken of er maatregelen genomen moeten worden en zo ja, welke.
Samenstelling aanbod
In evaluaties van de opleiding Scheidsrechter A wordt af en toe voorgesteld deze cursus op een andere wijze te geven. Daarbij wordt gedacht aan het (gedeeltelijk) digitaal beschikbaar stellen van het cursusmateriaal, waardoor het aantal contactmomenten kan worden verminderd. De toegankelijkheid van de opleiding zou daardoor groter kunnen worden. Onderzocht zal worden of het gedeeltelijk digitaal geven van deze opleiding wenselijke en haalbaar is.
Voor de organisatie van toernooien wordt vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van elektronische indelingsprogramma’s. Een workshop ‘Werken met Swiss Master (of andere programma’s)’ voorziet mogelijk in een behoefte. Onderzocht zal worden of dit het geval is.
Doelgroepen
Deelnemers aan de arbiteropleidingen zijn in het algemeen mensen die de eigen schaakloopbaan minder belangrijk zijn gaan vinden. De meeste deelnemers zijn ouder dan dertig jaar. Deze doelgroep is vooral te bereiken via verenigingen en regionale bonden.
Waar willen we in 2012 staan
Scheidsrechters A
Een substantiële verbetering van het aantal actieve scheidsrechters op verenigingsniveau. Hiervoor moeten per jaar minimaal 40 Scheidsrechters A worden opgeleid (gemiddeld acht per servicepunt). Dit aantal is gebaseerd op resultaten uit het verleden. De aantallen worden aangepast als de resultaten van het onderzoek daar aanleiding toe geven.
Scheidsrechters B en C
Twintig nieuwe Scheidsrechters B en tien nieuwe Scheidsrechters C om het tekort bij de KNSB-competitie weg te werken.
Indelingsdeskundigen A en B
Er moeten voldoende deskundige organisatoren van competities en toernooien zijn. Op welke wijze dit aantal moet worden bereikt is afhankelijk van onderzoek.
Acties
Om de bovengenoemde doelstellingen te bereiken worden de onderstaande acties uitgevoerd. Deze acties kunnen worden onderscheiden in de volgende categorieën:
• Onderzoek
• Propaganda en werving
• Organisatie activiteiten
• Werving en (bij)scholing docenten
Onderzoek
De volgende onderzoeken worden gedaan:
Peiling behoefte
Onderzoek bij toernooien naar eventueel tekort aan voldoende geschoolde scheidsrechters A, B en C.
Periode: april – juni 2009.
Onderzoek bij de regionale bonden naar de behoefte aan geschoolde scheidsrechters A.
Periode: april – juni 2009.
Onderzoek bij verenigingen en regionale bonden of er een tekort dreigt aan geschoolde organisatoren op lager niveau.
Periode: april – juni 2009.
Onderzoek bij grote toernooien of er een tekort dreigt aan geschoolde organisatoren op niveau Indelingsdeskundige B.
Periode: april – juni 2009.
Inhoud en vorm opleidingen
Onderzoek of het mogelijk is de opleidingen Scheidsrechter A en Indelingsdeskundige A gedeeltelijk elektronisch te geven.
Periode: april – juni 2009.
Onderzoek of een workshop ‘Werken met Swiss Master (of een ander programma)” voorziet in een behoefte.
Periode: april – juni 2009.
Propaganda en werving
De volgende propaganda- en wervingsactiviteiten worden uitgevoerd:
Cursusinformatie
Korte (digitale) flyers voor verenigingen maken met cursusinformatie. Deze flyers kunnen worden verspreid via toernooien en regionale bijeenkomsten. Deze actie is afhankelijk van het aangekondigde onderzoek.
Periode: augustus-september 2009.
Servicepunten
Servicepuntmedewerkers inschakelen voor inventarisatie cursusbehoefte. Jaarlijkse actie. Nadruk op de regio’s die bij bepaalde opleidingen achterblijven.
Periode: jaarlijks april – juni.
Website
Actiever gebruik onderdeel opleidingen op website.
Periode: doorlopend
Nieuwspagina bij opleidingen maken
Periode: reeds uitgevoerd.
Schaakmagazine
In augustusnummer thematische aandacht voor kadervorming.
Periode: jaarlijks zomer.
Diversen
Mailing naar de verenigingen (digitaal).
Periode: jaarlijks januari, augustus. Vanaf augustus 2009.
Organisatie
Scheidsrechter A
Organiseren van vier cursussen Scheidsrechter A per jaar. Waar mogelijk op basis van concrete vraag. Eventueel na overleg met servicepunt aanbodgestuurd. In dat geval moet de cursus ruim van te voren worden gepland. De aantallen worden aangepast als het onderzoek daar aanleiding toe geeft.
Periode: jaarlijks doorlopend. Planning aanbodgestuurde opleidingen in het late voorjaar. Start cursussen merendeels in oktober of februari/maart.
Scheidsrechter B
Opleiden van vijf Scheidsrechters B per jaar door middel van stages.
Periode: jaarlijks doorlopend.
Scheidsrechter C
Organiseren van twee cursussen Scheidsrechter C.
Periode: najaar 2009 en voorjaar 2012.
Indelingsdeskundige A
Organiseren van cursussen Indelingsdeskundige A afhankelijk van resultaat onderzoek.
Indelingsdeskundige B
Organisatie van één cursus Indelingsdeskundige B.
Periode: najaar 2011. Vormt samen met de opleiding SR C de mogelijkheid om de titel Nationaal Arbiter te behalen.
Scheidsrechtersdag
Organiseren van twee scheidsrechtersdagen.
Periode: voorjaar 2009 en voorjaar 2011.
Workshop werken met Swiss Master
Organiseren van workshops werken met Swiss Master afhankelijk van uitkomst onderzoek.
Periode: jaarlijks doorlopend.
Docenten
Op dit moment is het aantal docenten voldoende. Uitbreiding of vervanging is alleen noodzakelijk als er sprake is van een structurele stijging van de belangstelling voor de arbiteropleidingen.

