Uitspraak inzake de bekerwedstrijd Dubbelschaak ’97 – Pion Groesbeek
Naar aanleiding van de gebeurtenissen aan het eind van de bekerwedstrijd Dubbelschaak '97 - Pion Groesbeek (poule D, ronde 2) is mij om arbitrage gevraagd.
Ik heb kennis genomen van een brief van de wedstrijdleider.
Over het gebeurde is men het eens:
De reguliere wedstrijd was geëindigd in 2-2. Er moest conform art. 10 uit het KNSB-bekerreglement snelschaak worden gespeeld.
Tijdens de snelschaakmatch werd een tussenstand van 1-2 voor Pion Groesbeek bereikt. Alleen de partij tussen Guido Jansen (Dubbelschaak '97) en Theo Wijnhoven (Pion Groesbeek) was nog niet beslist. Jansen had een toren meer, maar overschreed zijn bedenktijd. Dat feit werd op dat moment door Wijnhoven niet waargenomen en hij speelde door. Op enig moment werd er door Wijnhoven's teamgenoot Veenstra geroepen "vlag", waarna Wijnhoven de tijdsoverschrijding claimde.
Overwegingen:
Conform art. B6 wordt de vlag geacht te zijn gevallen na een terechte, desbetreffende claim door een speler.
De door Wijnhoven ingediende claim is, wanneer we die toetsen aan B6, terecht.
Door het commentaar van Wijnhovens teamgenoot Veenstra, heeft Wijnhoven direct voordeel gehad van dat commentaar, maar tevens werd hem de mogelijkheid ontnomen het vallen van de vlag zelf alsnog te constateren.
De gedraging van Veenstra is onacceptabel. Wanneer zijn partij nog bezig zou zijn geweest had ik die voor hem verloren verklaard. Omdat zijn gedraging zo een grote invloed heeft gehad op het eindresultaat van de wedstrijd, en zo ingaat tegen de geest van het spel en de sportiviteit vind ik een zware straf op zijn plaats.
Ik neem in overweging dat artikel 12 van het KNSB-bekerreglement luidt: "In onvoorziene gevallen beslist de competitieleider, tegen wiens beslissingen beroep openstaat conform het bepaalde in art. 3 van het competitiereglement van de KNSB."
Verder neem ik in overweging dat artikel 20.3 van het KNSB-competitiereglement luidt: "Als een speler of een teamleider de spelregels van de Wereldschaakbond (FIDE) of het KNSB-competitiereglement heeft overtreden, is de competitieleider bevoegd deze persoon voor een bepaalde periode uit te sluiten van betrokkenheid als speler en/of teamleider bij KNSB-competitiewedstrijden. Deze periode kan niet langer zijn dan tot het einde van het lopende seizoen vermeerderd met drie seizoenen. Als een speler of teamleider van een dergelijke beslissing van de competitieleider in beroep gaat bij de Commissie van Beroep, is de tenuitvoerlegging van deze sanctie geschorst vanaf het moment van instellen van beroep tot de uitspraak van de Commissie van Beroep."
Besluit:
- De claim van Wijnhoven beschouw ik als terecht. Het bordpunt komt toe aan Pion Groesbeek.
- De heer W. Veenstra wordt op grond van artikel 20.3 van het KNSB-competitiereglement vanaf heden uitgesloten van deelname aan competitie- en/of bekerwedstrijden van de KNSB, tot de dag, volgende op die, waarop het 1e team van zijn club 3 achtereenvolgende competitie- en/of bekerwedstrijden van de KNSB heeft gespeeld.
10 februari 2009
Peter de Jong,
Competitieleider

